maandag 16 januari 2017

Platjelopen (Mm)


“Wat is dat…?!!” klonk het als een snerpende zweepslag. Trillend van ingehouden woede wees moe met een uitgestoken arm naar keukentafel. Geheel naar waarheid zei zoonlief: “Een fruitmand.” “En waistoe messchain hou dai hier komt, hm?”, ging t salvo verder.

Jonkje zweeg en keek naar een vogel in de tuin. “Kiek, ma, n vogel”, probeerde hij zwakjes. “Vogel, niks vogel, k zel die leren, snötoap, platjeloper!”
’t Was zo: paar weken terug had hij voor zijn verjaardag een nieuwe fiets gekregen. Het ging naar de zomer toe, de zon lonkte verleidelijk aan de andere kant van het raam van het klaslokaal. Hij kon op school goed meekomen dus verveelde hij zich daar vaak. Laif wicht oet klas wilde het briefje dat door een ouder buurmeisje geschreven was wel aan meester geven. Vervolgens hoefde hij alleen een beetje met de schooltijden rekening te houden om op tijd thuis te komen en klaar. De wereld lag, in de vorm van graskant naast het kanaal en alle routes tussen Stad en Appelbergen, voor hem open. Totdat… meester een geldinzameling bedacht om een fruitschaal te laten bezorgen.

Vogel hipte naar een andere struik. Jonkje wist dat alle verweer nu zinloos was en bleef zwijgen. Moe wist heel goed hou t mos. “Komst met mie mit noar school tou en dailt haile fruitmand oet aan dien klasgenoten en pas op: doe zulf kriegst niks, platjeloper!” 
In de tuin maakte de vogel dat hij wegkwam.

Jos Rietveld, Mengelmous (Dagblad van het Noorden), 27 april 2010

zaterdag 14 januari 2017

Reinout

De aanwezigen die geen familie of collega’s waren, waren Stadjers die Reinout Oosten ‘gewoon’ kenden; uit de stad. Dat ‘gewoon’ hoorde ik een aantal mensen uitspreken met een intonatie die ongeveer klonk als ‘vanzelfsprekend’. Voor mij gold dat ook.

Reinout, zwierig in wintermantel of beige regenjas, op of met de fiets, hoorde bij Stad.

Natuurlijk weet ik het niet zeker hoe lang, over dit soort dingen denk je pas achteraf na -hoe lang ik Reinout bewust ken. Uh, kende. Meer dan 25 jaar, dat wel. Import, want zijn tongval was niet Gronings. En praten op afbetaling deed hij al helemaal niet. Eloquent, duidelijk gearticuleerd spre-ken des te meer. Over de onderwerpen waarover hij sprak, sprak hij met grote kennis van zaken, tot in het detail. Ik bewonderde zijn woordkeuze, naar hem luisteren was genieten van de verwoording van een onderwerp.

Op het afscheid, waar ik me aanvankelijk wat ongemakkelijk voelde, bleek ik niet de enige te zijn van de aanwezigen die met eenzelfde drang gekomen was. Van Reinout nam je afscheid. Gewoon, omdat het Reinout was. Terwijl ik dit schrijf luister ik naar Beethoven’s ‘Pathétique’. De vrouw die naast me zat zei later dat dit muziekstuk bij Reinout hoorde. Gewoon, daarom. Ze had gelijk. ‘Ont-zag-ge-lijk’ gelijk, zou Reinout hebben gezegd.

Hij had nog wel even mogen blijven, zei iemand tijdens het afscheid. Ook daar had die spreker gelijk in. ‘Ont-zag-ge-lijk', hoor ik Reinout zeggen terwijl hij een zakdoek uit zijn kleding opdiepte. Want het was longemfyseem, zoals hij me een aantal jaren terug toevertrouwde. Als ik geen afscheid van hem was komen nemen, weet ik zeker dat ik de rest van mijn leven spijt zou hebben.

dinsdag 10 januari 2017

Slingerbreakdance (Mm)

Er wordt daar willens en wetens gediscrimineerd. Niet op afkomst of sexe. In Het Kruithuis in Stad wordt bij twijfel de leeftijd van de gasten gecontroleerd. Het zou een té spannende voorstelling kunnen worden, vandaar.
Want dan willen er weleens traantjes of plasjes gaan vloeien, daarom. Deze woensdagmiddag valt het mee: een voorstelling met danserij. Hij zal ongeveer vijf jaar zijn en dat mag. Hij voldoet aan de minimumleeftijd voor entree die vandaag vier is. Samen met zijn vader komt hij binnen; duidelijk de eerste stappen in een vreemde, nieuwe wereld die best spannend lijkt. Als vijfjarige kerel laat je daar natuurlijk niets van merken. Maar het is eigenlijk toch wel fijn dat hij niet helemaal alleen is… Na een klein uur komt hij -rode konen- swingend naar buiten, ver voor zijn pa uit. De mevrouw van achter het buffet informeert hoe of het was. Blij met deze serieuze aandacht (Eén theaterbezoek en je telt meteen mee in de wereld van volwassenen, zie je het jonkje denken). Hij heeft geslingerbreakdanst. Leuk? “Nou”, weegt hij zijn woorden, “voor slingerbreakdansen moet je heel cool dansen”, instrueert hij. Buffetmevrouw kijkt vader aan en ziet hem wegdromen en denken aan eigen jongensjaren. Slingerompie deden ze toen. En dat ging soms behoorlijk ruig. Zijn zoon zou het nu cool noemen, vast en zeker. Maar daarover spreken ze elkaar later misschien eens, over een jaar of wat. Als Het Kruithuistheater al lang niet meer bestaat.

Jos Rietveld, Mengelmous (Dagblad van het Noorden), 20 november 2012

maandag 9 januari 2017

Winterliederen in beeld


Wanneer u ooit, ze doen het sinds 2007, bij een Winterliederen-concert aanwezig was, kent u deze muzikanten. En deze foto. Die maakte ik op vrijdag 9 februari 2007 in Oostum. Het was de laatste sneeuwdag die winter.

Ik probeer, als ik artiesten fotografeer, een moment te vangen waarop hun gedachten dezelfde richting dwalen. Of lijken te gaan, dat weet je nooit helemaal zeker van anderen. Uiteraard moet de omgeving, in dit geval het natuurlijke decor, passen bij de boodschap. Winterliederen is vaak te beleven op bijzondere locaties, zoals in schilderatelier Geert Schreuder of in oude kerkjes.
Op zondag 22 januari 2017, bijna 10 jaar na de foto, musiceren Nijland, Ridderbos en Scholte in Garrelsweer. In Het Oude Kerkje. Bijzonderheid is dat bij de entreeprijs een ‘eenvoudige doch voedzame’ wintermaaltijd is inbegrepen. Samengesteld door kunstenaar en kok Leen Kaldenberg. Zijn en mijn wegen gingen een tijdje gelijk; hoewel niet gelijktijdig. Dan heb ik het over De Plaats Melkema in Huizinge, eeuwenoud en jarenlang culinair bastion. Deze lommerrijke locatie is momenteel niet meer veilig als gevolg van de gasbevingen. Leen is blijven koken en ik ben andere dingen blijven doen op het culinaire vlak. En op het artistiek-creatieve: hij schilderijen, ik foto’s en poëzie. Met soms een middag voedsel voor tussen de oren: met Winterliederen.


DECEMBER

Ze knipt een vlam en alle kaarsen branden
ze pakt een toon en alle sparrentakken deinen mee

De hars geurt met het verse hout
totdat de as de sneeuw inslikt
de nacht het licht aangrijst

Hij maakt muziek van kleur in onverwachte varianten
bespeelt haar huid behoedzaam en discreet
-is het fluweel, robijn en parelmoer?

Hun spel wordt bloed en tranen
wanneer in strak kristallenzonnegloren
de vlammen flikkerend doven
een enkele vogel zich schril doet horen

Dan is de duisternis gebroken
klinkt kindergeschrei

© Jos Rietveld

vrijdag 6 januari 2017

Kästner en wereldkoks vertaald


Ik vertaal graag. De bedoelingen van een ander; maar dat hou ik meestal voor mezelf. Een uitzondering is bijvoorbeeld als ik ongevraagd het glas van mijn gasten bijvul. Omdat ik mijn visite ken, krijg ik hier eigenlijk nooit nare reacties op.

Het andere vertalen, van Duits naar Nederlands is, hoewel werk, altijd een feestje; zeker als het met gastronomie te maken heeft.  In opdracht deed ik bijvoorbeeld werk voor Thomas Ruhl's/ Jonnie Boer’s ChefsRevolution 2014.
 
Biografieën van culinaire wereldhelden als Grant Achatz en Dave Beran. Ze worden nog steeds gebruikt bij de aankondiging van dit Dutch Avantgarde Cuisine Festival.

Op vakantie in Dresden, een paar jaar terug, bezocht ik het Erich Kästner-museum. Een overzichtelijke tentoonstelling, waar je ook dingen mocht aanraken en openen. Alles is daar overzichtelijk in verrijdbare grote kasten tentoongesteld. De diverse kleuren van de laatjes en deurtjes representeren allemaal een van zijn disciplines: journalistiek, poëzie, verhalen, cabaret, boeken. Alle kasten passen, op de juiste wijze ingepakt, in één container.

Ik vond er een klein gedichtje dat hij in 1952 schreef ter gelegenheid van de Woche des Buches. Omdat de inhoud mij aansprak, heb ik het ter plekke vertaald en opgedragen aan de medewerkster van het museum.
Daarom heet het ‘Für Katrin Gross’.


donderdag 5 januari 2017

Croissant en Guillotine

Er was een prinses die ging trouwen met een koning. Het was een gearrangeerd huwelijk, daarom kon ze wat eisen. Één van haar voorwaarden was dat haar hofbakker meeverhuisde. Die prinses was Weense Marie Antoinette (1755 – 1793), haar echtgenoot Lodewijk XVI (1754 – 1793) van Frankrijk. Geen malle partij, zou je zeggen.

14 juli, ‘Le quatorze’


Alleen was het in die tijd nogal onrustig in de Franse hoofdstad. Op 14 juli 1789 werd de Bastille bestormd door de bevolking die alle heftige sociale tegenstellingen en de jaren durende dikke economische crises meer dan zat was. Marie en Lodewijk verruilden onvrijwillig het tijdelijke met het eeuwige onder de valbijl.

Nou, dan toch cake!


Dat Marie patisserie hoog in haar vaandel voerde, blijkt wel uit haar, niet heel handige, uitspraak: ‘S’ils n’ont pas de pain qu'ils mangent de la brioche!’, toen het hongerende volk, nog voor die bewuste 14e juli, om brood kermde. (Later refereerden de studenten in Berkely (USA) in de roerige jaren 60 van de 20e eeuw met hun ‘We don’t want just more cake, we want the whole bloody bakery’ hieraan. Maar dit terzijde.)

Weense bakkers

Hoe het nu met de croissants zat? Wel, Marie’s bakker bakte die natuurlijk als de beste omdat hij dat van zijn vader had geleerd die het enz… Uiteindelijk kwam het door de Ottomanen, de Turken. In 1683 probeerden zij ’s nachts Wenen te veroveren. Dit werd opgemerkt door de bakkers, die immers altijd vroeg wakker zijn. De inval werd teruggedrongen, het leger sloeg op de vlucht en als herinnering bakten de bakkers een overwinningsbroodje in de vorm van de halve maan van de Turkse vlag.

150 culinaire weetjes


Het bladerdeegse broodje overleefde de Franse Revolutie en werd vanaf de jaren 50 van de 20e eeuw door Nederlandse toeristen ontdekt. De rest is geschiedenis.

Dit verhaal schreef ik (als copywriter, dus ik sta niet in het colofon) ingekort, samen met nog 149 andere culinaire wetenswaardigheden, in 1995 voor een boek dat t.g.v. het 150-jarig bestaan van de firma Koopmans, onze nationale pannekoek-, stokbrood-, pizza- en croissantenmeelbakker, werd gepubliceerd.

Nu eerst genoeg geschiedenismomentjes, ff n broodje.

maandag 2 januari 2017

Rollechies (Mm)


De laatste is op. Nijjoarsveziede bracht een dikke trommel frêle, flinterdunne rolletjes. De zoetfrisse geur van vanille met een zweem citroen zweefde de keuken in toen het deksel van de trommel kwam. “Het hai zulf bakt, dut hai elk joar”, zei de vrouw terwijl ze haar hoofd in de richting van haar man duidde. Manlief, die vaker achter het fornuis staat, glimlachte. Het is, denk ik, een vorm van genegenheid voor stellen die elkaar een zekere tijd kennen. Het benoemen van een bezigheid. Dat een uiting van vertrouwde eigenheid en geborgenheid vertegenwoordigt. Volle trommel mocht eerst wel bij ons blijven. 
En zo aten we vanaf de eerste dag van het nieuwe jaar af en toe een rollechie. Of twee, of drie. Meestal zonder, soms gevuld met verse slagroom uit eigen slagroomspuit. Bij het rollechies-verhaal hoort het verhaal van kniepertjes. Die zijn helemaal plat en volgens kenners gemaakt van een net iets andere ingrediëntenverhouding. Elk huishouden kent een eigen variant. Kniepertjes horen tot de 31e december geserveerd te worden. Het platte, uitgerolde, representeert het afgelopen jaar: alles heeft zich geopenbaard, het jaar heeft zich ‘ontrold’. En rollechies betekenen een nieuw jaar waarin ons van alles te wachten staat wat we, soms gelukkig maar, nog niet weten.
Trommel is leeg en afgewassen en gaat straks mee naar de kast waar hij hoort. Om het hele jaar dienst te doen voor allerlei en straks in december weer voor kniepertjes. Tradities, hmm lekker!

Jos Rietveld, Mengelmous (Dagblad van het Noorden), 11 januari 2011