Posts tonen met het label Groninger horeca. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Groninger horeca. Alle posts tonen

vrijdag 5 maart 2021

Eierschalen-sollbruch-stellen-verursacher

Het voorwerp van de vorige blog is een 

Eierschalensollbruchstellenverursacher.  

In simpel Standaardnederlands: eiertikker. 

De Eierschalensollbruchstellenverursacher zie ik voor het eerst in Trier, aan het ontbijt in het prachtige 19e-eeuwse stadsvilla-hotelAstoria. In dit knusse familiehotel serveert de hotelbaas zelf van een dienblad het gewenste beleg aan tafel. 


Foto: H. Scholte
Zeer gast- en leefomgevingsvriendelijk

Hij wenst zijn gasten goedemorgen en informeert of alles is zoals verwacht. Iedereen kiest net zoveel plakjes kaas of vleeswaar of wat er verder op het plateau die dag aanwezig is, als hij of zij wenst.

Bijkomstige voordelen zijn persoonlijke aandacht, inachtneming van hygiëne (niemand staat boven een ontbijtbuffet te niezen of legt iets terug nadat het al op eigen bord lag) en er hoeft vrijwel niets weggegooid te worden. Volgens mij een bijzondere gast- en leefomgevingsvriendelijke manier van werken. Overduidelijk pluspunt van een klein bedrijf waar betrokkenheid diep in hart en ziel geworteld is. Waar praktisch werken aangename bijvangsten opleveren. 

 

Eh, Voila!

Ander voorbeeld van vergelijkbare passie voor bedrijf en ambacht is dichter bij huis: van Voilà, het eerste menuloze restaurant in Groningen-stad. Hans Over, de man van Jitka Over en medefirmant van ditzelfde etablissement, reageert als eerste bevestigend op de vraag in mijn vorige blog over de bekendheid met de Eierschalensollbruchstellenverursacher.

Heer Over heeft, zijn klassieke en moderne product-, materieel- en warenkennis best op orde. Vermeldenswaard is trouwens de  

gloednieuwe website** van Voilà,

gerealiseerd ondanks alle bepalingen waartoe ook zij zich de afgelopen maanden hebben moeten beperken. 

**Voorzien van teksten door auteur dezes. Lees maar.

 

 

woensdag 14 maart 2018

Ik schrijf Stad (I-III)

---Ooit geschreven voor en over Kees van der Hoef, ooit voorgelezen aan De Dodentafel. Veel namen van zijn veranderd maar wel zo dat etablissementen en personen in kwestie herkenbaar zijn.---


“Zuid-Korea gaat doooooor!!!” 
De opgewonden stem van Evert ten Napel, commentator bij de wedstrijd van het Wereldkampioenschap voetbal van vandaag. Een, voor Nederlandse begrippen tropisch-warme dinsdag 18 juni, schalt door het opengeschoven raam naar het terras van café Schoonzicht. Binnen hangt een grootbeeldscherm waarop de wedstrijd tussen Italië en Zuid-Korea direct te volgen is. De wat mindere voetbalfanaten geven de voorkeur aan het terras: je blijft op de hoogte van het verloop van de wedstrijd, je zit lekker buiten. En het bier is er niet minder om.

Vandaag wil ik naar café-restaurant De Vagebond waar Klaas van der Hak begin van de middag resideert, er wacht een bestelling bij boekhandel Wouter Godschalk en ik ga éven bij vriendin en café-uitbaatster Anita op het Zuiderdiep langs omdat het weer veel te lang geleden is.

De kortste weg naar De Schrijftafel, zoals de ronde stamtafel ook genoemd wordt, waaraan veel Groninger dichters en schrijvers regelmatig zitten of ooit gezeten hebben, voert dit keer langs Voorspoed aan de Carolieweg, de oudste cafetaria van Stad. Ik werd al wakker met een drang naar vet en kies een van de ongeëvenaarde door hen zelfgemaakte eierballen uit het loket; verantwoord snacken is altijd goed, hi.

Gelkinge- en Oosterstraat oversteken, langs waar ‘School je dood’ was, de naam die het pand dat hier eerder stond krijgt als het begin jaren tachtig vorige eeuw wordt gekraakt. Zo’n zestig jaar eerder is het openbare lagere school ‘XXVII’. In die tijd dragen scholen een nummer, geen naam. Peperstraat in en rechts middenin, meteen na waar ooit café De Azuren Krans was gevestigd, afslaan en vervolgens aan het hek van het voormalige studentenpand Achter de Muur/hoek Poelestraat naast De Vagebond de fiets parkeren.

Klaas leest aan tafel de voetbalbijlage van de krant en geeft mij weinig aanmoediging wanneer ik antwoord de laatste tijd weinig te hebben geschreven maar wel een leuk nieuwtje heb. Ik vertel hem dat Gerard Bruin, de schilder van het Noord-Nederlandse stroomlandschap, mijn gedicht over zijn werk graag geplaatst ziet in de catalogus, behorend bij zijn overzichtstentoonstelling in het Drents museum ‘In de ruimte is te wezen’. Hetgeen toch wel het vermelden waard is. En dat er in Diesel, het literaire tijdschrift van die streek, een gedicht van mij in het Oostfries is vertaald om bij een In Memoriam over schrijfster Janna Hausmeier te worden geplaatst.

Klaas mompelt afwezig goedkeurend. De ruime berichtgeving over het Wereldkampioenschap lijkt iets meer van zijn aandacht op te eisen. Hoe was het alweer? Had Klaas zelf ook niet een blauwe zondag gevoetbald? In hoeverre is zijn twaalfregelige gedicht ‘Junioren Leed’ dat uitvergroot bij sportcafé Kees in de Zwanestraat hangt, eigenlijk autobiografisch?

zondag 29 oktober 2017

Stamtafel als zeepkist


Aanleiding:

maandelijks borreluur bovenregionale beroepsvereniging voor tekstprofessionals Tekstnet (1990).

Plaats:

vrijdag 27 oktober 2017, borreluur in café Wolthoorn & Co (Stad).

Bijzonderheid:

aanwezigheid delegatie informeel netwerk van zelfstandig gevestigde tekstschrijvers, webschrijvers, redacteuren en schrijftrainers uit Noord-Nederland TekstNoord (1993).

Wout Sorgdrager is initiatiefnemer TekstNoorderlingen enTekstnetters uit te nodigen voor deze vrimibo

Zeepkistpresentaties:
 

De stamtafel vol nationale tekstschrijvers en aanverwante collegae. De rest van het café vol tot overvol. 

 

Zodat mijn Zeepkistpresentatie over mijn/onze zojuist verschenen Eerste Verjaardagskalender met Recepten uit de keuken van Henk en Jos door het geroezemoes iets langer duurt dan de officiële twee minuten die hiervoor staan.

Tekstnet is mild en vergeeft me, mede omdat het produkt algehele waardering kan wegdragen. Olga Leever ’s telefoon aan het andere eind van de tafel flitst: ik sta, met kalender, FB-pagina van Tekstnet. Cool.

Voorzitter Marèse Peters showt eveneens een nieuwe uitgave: notitieblocs met wel heel originele onderverdelingen.


Agenda:

volgende Tekstnet Borrelt: 24 november 17.00 – 20.00, Poesiat & Kater, Amsterdam

maandag 3 april 2017

Ontdekking Aaierbale


Toen ik net in Stad woonde en met buurman op boodschap meeging, loodste hij mij meteen naar de Carolieweg. Zijn: “Aaierbale!” maakte nieuwsgierig. Het woord had ik pas ergens opgevangen. Stad was nieuw en ongeveer alles hail bezunder.
Noaber zee tegen dames van de wereldberoemde cafetaria Succes met filiaal aan de overkant van de straat, dat dit heur -en hij knikte naar mij- eerste pruiverij van de Alderbeste regiosnack van de haile wereld was.“Doarom gainent oet loket veur heur, mor n vrizze: Grunneger cultuur oet de frituur”, grapte hij. Aan de muur hingen oude, ingelijste prijslijstjes. Waarop bijvoorbeeld, wie kent ze nog? nierbroodjes aangeprezen werden voor een paar dubbeltjes.
Met een zwierig gebaar werd mijn snack overhandigd. Aaierbale bestond uit een ei, in een gepaneerde ragoutachtige jas. Behalve dat de smaak me wel beviel, had ik ook het gevoel min of meer iets gezonds te eten. Hierna at ik op veel plaatsen, in en boeten Stad, aaierbalen. Overal anders omdat elke snackbar- of automatiekuitbater ze zelf maakt.
Tegenwoordig schijnen er ook turbo-geconserveerde varianten te bestaan. Lijkt me geen vergelijk maar misschien vergis ik me.
Ooit gebruikte ik aaierbale oet Stad voor een nationale advertentiewedstrijd en won een tweede prijs. Ze smaken me nog steeds; aaierbale is nait alleneg n goud Grunneger streekprodukt, dizze bale is n Grunneger pronkjewail!
Maar die allereerste was het aller-allerlekkerst. Gewoon, omdat het een mooie middag was en de eerste keer maar één keer komt.

(*) Aaierbale op foto is van guster, dai is van Cafetaria Doornbos, Paterswoldseweg in Stad.
Jos Rietveld, Mengelmous (Dagblad van het Noorden), 22 november 2011

maandag 26 december 2016

Asso is een laif butje (Mm)


Begin jaren tachtig ging ik met wat vrienden-voor-het-leven-van-toen iets drinken.
Ons stamcafé bleek gesloten. Zo kwamen we in de Peperstaat bij het enige hardrockcafé in Stad. De muziek was ok, het bier betaalbaar, de barkeeper begreep ons. We bleven komen. Ook omdat er soms flesjes Double Diamond werden verkocht. Dit goddelijke vocht wordt al jaren niet meer gebrouwen, zeer tot mijn spijt. We hebben het er nog weleens over, heel af en toe.
In het café was ook iets anders wat mij intrigeerde. Op de muur in de w.c. stond als enige graffiti in slordig punkspijkerschrift gekrast: Asso is een laif butje. Ik begreep niet goed wat dit betekende, vergat het telkens te vragen tot… op een dag de muren opnieuw geverfd waren. In die tijd verhuisde ik ook nog naar elders. Ik leerde sindsdien nog veel meer muziek- en, beroepshalve, dranksoorten kennen en kwam terug.
Voor de tekst van toen heb ik ondertussen (ook mijn Gronings ging vooruit) een verklaring: Butje was een scheldwoord voor kinderen die op de zwakzinnigenschool in de Butjesstraat zaten. Je werd, en wordt nog steeds, 'Butje' genoemd wanneer je niet helemaal meekomt, niet zo vlot bent. ‘Asso’, ook gespeld als ‘aso’, is jaren tachtig-taal voor iemand die in een bepaalde kring ongepast gedrag vertoont, zich ‘asociaal’ gedraagt. Wie Asso is een laif butje ooit in die muur kraste, wie ermee bedoeld werd, ik zal het nooit weten. Maar je zou het een punky liefdesverklaring kunnen noemen. Nostalgie.

Jos Rietveld, Mengelmous (Dagblad van het Noorden), 11 mei 2010